De totale (toegestane) kosten in een bepaalde periode kunnen we verdelen in constante kosten en variabele kosten. Omdat beide een eigen karakter hebben, is de kostprijs bij homogene massaproductie opgebouwd uit twee elementen: een tarief voor constante kosten en een tarief voor variabele kosten.

Gezien het verband dat bestaat tussen de totale constante kosten en de normale productie, gebruiken we het volgende tarief voor de constante kosten:
tc =   Cs 
Np 
In deze formule is:
Cs  constante kosten (per jaar)
Np  normale productie (per jaar).

De variabele kosten worden altijd in verband gebracht met de begrote productie. We kunnen daarom als tarief voor variabele kosten (tv ) gebruiken:
tv =   Vs
Bp 
In deze formule is:
Vs  variabele kosten (per jaar);
Bp  begrote productie (bezetting) (per jaar).

De tarieven voor constante en variabele kosten leveren samen de kostprijs:
kp =   Cs   +   Vs
Np Bp

Voorbeeld
Een bedrijf heeft een normale bezetting van 10.000 stuks per jaar, de verwachte bezetting is 14.000 stuks per jaar. De totale constante kosten bedragen € 300.000 per jaar; de totale variabele kosten bedragen € 700.000 per jaar.
De kostprijs vinden we als volgt:
tc  Cs  =   € 300.000   = € 30
Np 10.000
tv  Vs  =   € 700.000   = € 50
Bp 14.000

kp = € 30 + € 50 = € 80