Bij stukproductie is ieder product uniek. Dit bemoeilijkt het hanteren van normen om de kostprijs te berekenen. Men probeert dit op te lossen door het productieproces zoveel mogelijk uiteen te rafelen in herkenbare deelbewerkingen waarvoor wel tarieven en normen zijn te stellen

Bij de berekening van de kostprijs bij stukproductie is de indeling in directe kosten en indirecte kosten van belang.

De directe kosten maken zonder meer deel uit van de kostprijs, de indirecte kosten worden met behulp van een opslagpercentage aan de kostprijs van het specifieke product toegerekend.

Voorbeeld
Hade levert tuinhekken op bestelling. Voor de vervaardiging van een hek van het type Dirk bepaalt Hade de kostprijs door de som van de toegestane grondstofkosten van 37,5 kg € 36 per kg en het toegestane directe loon 12 uur € 17,50 per uur te verhogen met een opslag voor indirecte kosten van 30% van de toegestane directe kosten. Het bedrijf bepaalt de gewenste verkoopprijs door de kostprijs met 50% te verhogen. De productie van dit bedrijf valt onder het BTW-tarief van 19%.

De opstelling van de kostprijs van een hek van het type Dirk is de volgende.

Grondstofkosten: 37,5 × € 36 = € 1.350
Direct loon: 12 × € 17,50 = -     210
Totale directe kosten € 1.560
Opslag indirecte kosten: 0,30 × € 1.560 =      -     468
Kostprijs € 2.028

De figuur geeft een schema van de berekening van de kostprijs.



Opmerking:
De BTW maakt géén deel uit van de kostprijs.