De economische levensduur is de periode waarin een productiemiddel winstgevend kan worden gebruikt.

De economische levensduur hangt samen met het aantal prestaties dat een productiemiddel in de loop van een jaar kan leveren en met de kosten die moeten worden gemaakt om het productiemiddel zijn prestaties te laten leveren (energie, grondstof, arbeidsuren).
In de loop van de tijd daalt het aantal prestaties dat een duurzaam productiemiddel per jaar kan leveren, omdat door reparaties en onderhoud het aantal gebruiksuren daalt. Verder stijgen de jaarlijkse onderhouds- en reparatiekosten. Op een gegeven moment overtreffen de kosten om het duurzaam productiemiddel in bedrijf te houden de opbrengsten van de geleverde prestaties. In dat geval is het productiemiddel economisch versleten. Het is dan rendabeler een nieuw productiemiddel aan te schaffen.

Zie ook:
- afschrijvingen
- technische levensduur
- duurzame productiemiddelen