Contante waarde van één bedrag.
De contante waarde van een kapitaal is de waarde van dit kapitaal op het tijdstip t  = 0.

Het berekenen van de contante waarde van een bepaald (toekomstig) kapitaal houdt in dat uit dat toekomstige kapitaal de ‘interestcomponent’ wordt verwijderd.

We kunnen de volgende formule toepassen.
C  = En  ×        1     
(1+i  )^

Hierin hebben de symbolen de volgende betekenis:
En  de eindwaarde na n perioden
de contante waarde
het interestperunage
het aantal perioden dat een bedrag tegen interest uitstaat

Voorbeeld
Welk bedrag moet de heer De Jong op 1 januari 2002 tegen 4,25% samengestelde interest uitzetten om op 31 december 2010 een eindwaarde van € 15.000 te bereiken?
= € 15.000 ×           1           = € 15.000 × 0,6875676 = € 10.313,51
(1,0425)^9

Contante waarde van een aantal gelijke bedragen
De contante waarde van een rente is de waarde van een aantal toekomstige gelijke bedragen (termijnen ) (ongerekend de samengestelde interest) op tijdstip t  = 0.

Voorbeeld
Mevrouw Oud heeft met een levensverzekeringsmaatschappij afgesproken dat haar op 1 januari van de jaren 2010, 2011, 2012 en 2013 telkens een bedrag van € 5.000 zal worden uitgekeerd. Zij wil deze periodieke uitkering laten afkopen door een eenmalige uitkering op 1 januari 2009.
Welk bedrag zal mevrouw Oud ontvangen, wanneer de afkoopsom wordt berekend tegen een samengestelde interest van 5%?
We gebruiken de formule C  = T ×  1-1/(1+i )^n

contante waarde
de waarde van elke termijn
perunage
het aantal perioden van de langstlopende termijn

Invulling geeft:
C = € 5.000 ×   1-1/1,05^4   = € 5.000 × 3,5459512 = € 17.729,76
0,05