Bij goederen met een volkomen elastische vraag leidt een prijsverlaging tot een oneindig grote toename van de afzet.

Deze theoretische mogelijkheid treffen we aan op markten gekenmerkt door de marktvorm van volkomen concurrentie. Wanneer een aanbieder bij deze marktvorm een lagere prijs vraagt dan de marktprijs dan richt de totale vraag zich op hem en kan hij oneindig meer afzetten. Dat heeft natuurlijk weinig zin¸ omdat deze aanbieder die oneindige afzet niet aankan.