Bij de beoordeling van de tertiaire inkomensverdeling wordt rekening gehouden met het gebruik dat men maakt van door de overheid geleverde goederen en diensten en de betaling daarvan.

Veel inkomenstrekkers maken gebruik van goederen die door de overheid zijn gesubsidieerd - quasi-collectieve goederen - zoals openbaar vervoer¸ onderwijs¸ musea en bibliotheken. Anderzijds draagt men in de kosten daarvan bij via belastingen en heffingen waaronder BTW¸ accijnzen¸ ecotax¸ schoolgelden en leges.

Veel economen zijn van mening dat de tertiaire inkomens een veel betere aanduiding zijn van iemands inkomenspositie dan de secundaire inkomens of de primaire inkomens.