Van substitutie is sprake wanneer de ene geldsoort wordt omgezet in de andere geldsoort.

Door substitutie verandert de maatschappelijke geldhoeveelheid uitsluitend van samenstelling. We spreken daarom van formele geldschepping¸ resp. formele geldvernietiging.

Een voorbeeld van substitutie is wanneer chartaal geld op een bankgirorekening wordt gestort. De hoeveelheid chartaal geld neemt dan af (geldvernietiging)¸ terwijl de hoeveelheid giraal geld met hetzelfde bedrag toeneemt (geldschepping).

Het begrip substitutie beperkt zich niet tot geld: ook bij de aanwending van productiefactoren spreken we van substitutie. Bijvoorbeeld wanneer als gevolg van diepte-investeringen arbeid wordt vervangen door kapitaal.