Uit hoofde van haar stabilisatiefunctie probeert de overheid de effectieve vraag zo te beïnvloeden¸ dat de productiecapaciteit steeds volledig wordt benut.

De productiecapaciteit is de totale hoeveelheid goederen die een land in een bepaalde periode kan produceren. De maximale productie is onder meer afhankelijk van de hoeveelheid en kwaliteit van de kapitaalgoederen waarover een land beschikt en van de omvang en het opleidingsniveau van de beroepsbevolking.

De theoretische grondslag voor het stabiliserend beleid van de overheid is gelegd door J. M. Keynes¸ die aangaf dat het in situaties waarin de effectieve vraag niet groot genoeg is om voor volledige bezetting van de productiecapaciteit te zorgen¸ de taak is van de overheid de vraag te vergroten. Dit kan zij bewerkstelligen door vergroting van haar bestedingen en/of door verlaging van de belastingen.