Het schijventarief is een begrip uit de Wet op de Inkomstenbelasting. Het wordt alleen toegepast met betrekking tot het inkomen uit box 1. In deze box wordt het inkomen verzameld dat de belastingplichtige verkrijgt uit arbeid in loondienst¸ uit het voeren van een onderneming als zelfstandig ondernemer en uit het bezit van een eigen woning.

In 2001 gold het volgende schijventarief:

inkomen tarief
tussen en
0 € 14.871 32¸35%
€ 14.871 € 27.009 37¸6%
€ 27.009 € 46.309 42%
€ 46.309 hoger 52%

Voorbeeld

Lisette de Boer heeft een inkomen uit arbeid (verricht in loondienst als parttimer) van € 18.750. Daarnaast heeft ze een ‘handeltje’ in zelfvervaardigde sieraden. Ze huurt daarvoor een kleine winkelruimte en die is een paar dagdelen in de week geopend. De nettowinst die Lisette daarmee behaalt¸ bedraagt € 11.300. Ten slotte heeft ze een eigen woning. Het eigenwoningforfait is vastgesteld op € 2.300. De hypotheekrente is € 8.560 per jaar. Haar belastbaar inkomen in box 1 berekent ze als volgt.

inkomen uit arbeid   € 18.750
inkomen als zelfstandig ondernemer   € 11.300
eigenwoningforfait €  2.300
af: hypotheekrente €  8.560
inkomen uit eigen woning   -/- €  6.260
belastbaar inkomen in box 1   € 23.790

De verschuldigde inkomstenbelasting over het inkomen uit box 1 is te berekenen door bovenstaande tabel toe te passen.

belastbaar inkomen in box 1  23.790
belasting schijf 1 32¸35% van  14.871 €  4.810
belasting schijf 2 37.6% van   8.919 €  3.353
verschuldigde inkomstenbelasting box 1 €  8.163

De inkomens uit box 2 en box 3 worden niet belast volgens een schijventarief¸ maar volgens één algemeen geldend percentage.

(Percentages in 2001: 25% over het inkomen in box 2 en 1¸2% over het gemiddeld belastbaar vermogen in box 3.)