Een pensioenvoorziening voorziet in een inkomen wanneer men met het bereiken van de 'pensioengerechtigde leeftijd' (voor de meeste beroepsgroepen 65 jaar) met het werk in loondienst of als zelfstandige stopt.

Vrijwel iedereen die in loondienst werkt¸ doet mee aan een bedrijfspensioenregeling. Door het betalen van een premie (in sommige bedrijven komt de premie voor rekening van de werkgever) worden in de loop van 40 jaar pensioenrechten opgebouwd. Wanneer de werknemer op zijn 65e jaar met pensioen gaat¸ krijgt hij van het (de) pensioenfonds(en) waarbij hij zijn rechten heeft opgebouwd een uitkering.

Overigens maken veel mensen gebruik van flexibele pensionering.

Iedereen die 65 jaar wordt¸ krijgt een basispensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Deze AOW-uitkering is de basis. Bedrijfspensioenen vullen de AOW-uitkering aan tot maximaal 70% van het inkomen dat de laatste jaren is verdiend. Deze 70% behaalt men pas wanneer 40 jaar lang pensioenrechten zijn opgebouwd.

Pensioenen kunnen waardevast of welvaartsvast zijn:

Zelfstandigen moeten zelf hun pensioenvoorziening verzorgen.