Opbrengsten geven de in geld uitgedrukte waarde van de in een periode verkochte goederen weer.

In plaats van opbrengst(en) spreken we van totale opbrengst of van omzet.

De opbrengst vinden we door de verkochte hoeveelheid (de afzet) te vermenigvuldigen met de prijs:

Opbrengst = afzet x prijs.

Voorbeeld

Een viskraam verkoopt op een marktdag 250 haringen voor € 1¸25 per stuk.

De afzet is: 250 stuks¸ de prijs is: € 1¸25.

De opbrengst is: 250 x € 1¸25 = € 312¸50.