Van inverdieneffecten i sprake¸ wanneer een deel van de (grotere) overheidsbestedingen via hogere belastingontvangsten weer wordt terugverdiend.

Inverdieneffecten komen we onder meer tegen wanneer we met behulp van keynesiaanse modellen de gevolgen van een vergroting van de overheidsbestedingen dan wel een verlaging van de belastingtarieven op het begrotingssaldo bekijken.

Voorbeeld

C = 3/4(Y - B) + 5

I = 25

B = 1/3Y

O = 75

Y = C + I + O

Bij het evenwichtsinkomen (Y = 210) is het begrotingssaldo:

B = 1/3 x 210 =  70 O =  75HYPOTHECAIRE LENINGEN begrotingstekort:   5

Een stijging van de overheidsbestedingen met 5 leidt tot een evenwichtsinkomen van Y = 220.

Het begrotingssaldo laat zich nu als volgt berekenen:

B = 1/3 x 220 =  731/3 HYPOTHECAIRE LENINGEN O =  80 begrotingstekort  62/3

We zien dat het begrotingstekort niet is toegenomen met de extra bestedingen. Doordat het nationaal inkomen is gestegen¸ zijn de belastingontvangsten toegenomen met 1/3 x 10 = 31/3. Hierdoor is het tekort op de begroting opgelopen met 5 - 31/3 = 12/3.

Het inverdieneffect is in dit voorbeeld 31/3.