Op de geldmarkt in enge zin worden de korte financieringsmiddelen tussen de geldscheppende instellingen verhandeld.

Marktpartijen zijn: de centrale bank (DNB en ECB)¸ de banken en het Rijk.

DNB probeert¸ volgens richtlijnen van de ECB¸ vraag en aanbod op de geldmarkt in enge zin zo te beïnvloeden dat de totale kredietverlening aan bedrijven¸ gezinnen en de overheid passend is voor de actuele economische situatie.

De situatie op de geldmarkt in enge zin leest men af aan de schuldpositie die banken bij ECB innemen. Als banken grote tegoeden hebben bij ECB spreken we van een ruime geldmarkt en in het tegenovergestelde geval van een krappe geldmarkt.