De Nederlandse ontwikkelingshulp richt zich op een aantal landen die zo arm zijn¸ dat er behoefte is aan zowel financiële hulp als aan technische hulp. Door de hulp tot enkele landen te beperken¸ voorkomt men een zeer grote versnippering van de beschikbare middelen. Tot deze zogenoemde concentratielanden behoren Bangladesh¸ Colombia¸ Indonesië¸ Kenya en Tanzania.