We spreken van een betalingsbalansoverschot wanneer de uitgaande geldstroom van een land kleiner is dan de ingaande geldstroom.

Het gevolg van een betalingsbalansoverschot is een toestroom (vergroting) van de officiële reserves.

We mogen een overschot op de (gehele) betalingsbalans niet verwarren met een overschot op de lopende rekening. Een overschot op de lopende rekening kan worden gecompenseerd door tekorten op de andere deelrekeningen van de betalingsbalans¸ waaronder de financiële rekening.

Het is een van de doelstellingen van economische politiek te streven naar een evenwichtige betalingsbalans.

De betalingsbalans is een overzicht van de economische betrekkingen met het buitenland gedurende een bepaalde periode. Hierbij gaat het onder meer om de in- en uitvoer van goederen en diensten¸ leningen en investeringen.

Een aanhoudend overschot op de betalingsbalans kan zijn veroorzaakt door een grote vraag uit het buitenland. Deze grote vraag kan leiden tot inflatie.

Bij een voortdurend tekort op de betalingsbalans van een van de EMU-landen (zoals Nederland) kan de aanpassing niet meer komen van een dalende wisselkoers. De aanpassing zal dan worden afgedwongen door een krimpende binnenlandse economische bedrijvigheid: bedrijfssluitingen¸ werkloosheid¸ enz.

Voortdurende overschotten dan wel tekorten op de betalingsbalans moeten worden vermeden.