Bestedingsinflatie is de toename van de kosten van levensonderhoud¸ doordat de vraag naar goederen de productiemogelijkheden overtreft.

Gezamenlijk produceren we in Nederland (inclusief importen) gedurende een zekere periode een bepaalde hoeveelheid goederen en diensten. Meer dan die hoeveelheid kan niet worden verkocht. Als de koopkrachtige vraag boven het beschikbare aanbod ligt¸ zullen de vragers tegen elkaar opbieden en stijgen de prijzen. We spreken dan van overbesteding.

Voor het financieren van de vraag is geld nodig. Dit geld kan afkomstig zijn uit het lopende inkomen: er wordt minder gespaard; of men vermindert de spaartegoeden¸ of men doet een beroep op de kredietverlening.

Maatregelen tegen bestedingsinflatie hebben vaak hun aangrijpingspunt bij de kredietverlening. Zonder extra geld kan er immers ook geen extra vraag zijn.

Voorbeelden van maatregelen zijn: