Bestedingsevenwicht is de situatie waarin de effectieve vraag gelijk is aan de productiecapaciteit.

Bij het bestedingsevenwicht is de werkgelegenheid maximaal. Het begrip bestedingsevenwicht komt aan de orde in keynesiaanse modellen.

Voorbeeld voor een gesloten economie zonder collectieve sector:

- de beroepsbevolking is 11 miljoen arbeidsjaren

- de arbeidsproductiviteit is € 50.000

- de waarde van de kapitaalgoederenvoorraad is € 2.500 miljard

- de kapitaalcoëfficiënt is 5

- de marginale consumptiequote is 0¸80

- de autonome consumptie is € 70 miljard

- de autonome investeringen bedragen € 25 miljard

Het evenwichtsinkomen (Y) in deze economie is:

Y = (70 + 25) / (1 - 0¸8) = € 475 (mrd)

De bijbehorende werkgelegenheid is: € 475 (mrd)/ € 50.000 = 9¸5 miljoen arbeidsjaren. Er is dus geen bestedingsevenwicht.

De maximale productie of productiecapaciteit wordt bepaald door de vraag of arbeid of kapitaal de knelpuntsfactor is.

De aanwezige kapitaalgoederenvoorraad maakt een maximale productie mogelijk van € 2.500 mrd/5 = € 500 mrd.

De aanwezige beroepsbevolking maakt een maximale productie mogelijk van 11 mln x € 50.000 = € 550 mrd.

Kapitaal is de knelpuntsfactor en bepaalt de productiecapaciteit op € 500 mrd.

Het bestedingsevenwicht wordt bereikt als de effectieve vraag ook € 500 mrd bedraagt.