Het belastbaar inkomen is verdeeld over drie zogenoemde boxen.

Per box wordt een belastbaar inkomen vastgesteld en onderworpen aan een bepaald belastingtarief.

De aldus berekende belastingbedragen worden eerst bij elkaar opgeteld en vervolgens verminderd met een heffingskorting. Wat dan resteert is de verschuldigde belasting.

Schematisch ziet de berekening er als volgt uit:

Box 1: Belastbaar inkomen uit werk en woning   € ............
  Verschuldigd volgens de belastingtabel   € ............
  Box 2: Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang   € ............
  Verschuldigde belasting 25%   € ............
  Box 3: Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
  Gemiddeld vermogen over belastingjaar   € ............
  af: heffingvrij vermogen (vrijstelling)   € ............
  Grondslag box 3   € ............
    Belastbaar inkomen 4% van grondslag box 3   € ............
  Verschuldigde belasting 30%   € ............
    Totaal berekende belasting (over drie boxen)   € ............
  af: heffingskorting   € ............
  Verschuldigde belasting   € ............