De Bankwet van 1998 geeft een opsomming van de taken die De Nederlandsche Bank (DNB) moet uitvoeren. De Nederlandsche Bank is de centrale bank van Nederland en maakt in het kader van de Economische en Monetaire Unie (EMU) deel uit van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB).

De taken die De Nederlandsche Bank zijn opgelegd door de Bankwet zijn de volgende:

  1. In het kader van het ESCB bijdragen aan het vaststellen en uitvoeren van het monetaire beleid in de EMU. De beslissingen met betrekking tot dit beleid worden genomen binnen het ESCB.
  2. Het volgens de aanwijzingen van het ESCB houden en beheren van de officiële externe reserves (deviezenvoorraad) van Nederland¸ voor zover die reserves niet zijn overgedragen aan de Europese Centrale Bank (ECB).
  3. Het verzamelen van statistische gegevens en het samenstellen van statistieken met betrekking tot het geld- en betalingsverkeer en andere monetaire zaken.
  4. Het bevorderen van een goed functionerend betalingsverkeer in Nederland. Hiertoe behoort het verzorgen van de bankbiljettencirculatie. Hoewel de muntencirculatie formeel de taak is van de minister van Financiën is die in de praktijk ook in handen gelegd van DNB. Hoeveel munten en bankbiljetten in omloop mogen komen¸ bepaalt de ECB.
  5. Toezicht houden op de in Nederland gevestigde financiële instellingen. Deze taak is verder uitgewerkt in de Wet Toezicht Kredietwezen en de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen.