De bandbreedte is de marge waarbinnen in een stelsel van vaste wisselkoersen de koers die op de valutamarkt totstandkomt¸ mag schommelen.

De bandbreedte wordt uitgedrukt in een percentage van de spilkoers.

Per 1 januari 1999 gelden met het totstandkomen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) volstrekt vaste en onveranderbare wisselkoersen voor de deelnemers aan de EMU en is er van een bandbreedte en een schommelingsmarge geen sprake meer.

Alleen voor de deelnemers aan het ERM-2 blijft de schommelingsmarge bestaan.