De armoedegrens is de hoogte van het jaarinkomen dat volgens de Wereldbank absoluut noodzakelijk is om (weliswaar op een zeer elementair niveau) in leven te blijven.

De lage-inkomenslanden kenmerken zich door een nationaal inkomen per hoofd van de bevolking dat op de armoedegrens ligt. In 1995 legde de Wereldbank de grens bij $ 430.