De allocatiefunctie van de overheid gaat over het beïnvloeden van de aanwending van de productiefactoren.

Via heffingen¸ subsidies¸ geboden en verboden wordt ingegrepen in de prijsvorming van individuele goederen en dus in de aanwending van de productiefactoren. Met de voorziening in collectieve goederen en quasi-collectieve goederen legt de overheid rechtstreeks beslag op productiefactoren.

Voorbeelden

- De Bijzondere verbruiksbelasting motorrijtuigen maakt auto's duurder.

- Subsidies aan het openbaar vervoer proberen het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren.

- Door bouwvoorschriften voldoen moderne woningen aan minimumeisen met betrekking tot onder meer brandveiligheid en sanitair.

- De vervaardiging van drugs is in principe verboden.